Certificaat rijden voor junioren

**************************************************************************

 

 

 

Kleur

 

Leeftijd

Leerstof

Roze

6 - 12

- Pony begeleiden

- Opstijgen/afstijgen

- Pony zelf voorwaarts rijden, halthouden en sturen

- Stappen en draven

- 5 stalregels kennen

- Beugels opsteken en singel losser

Groen

6 - 12

- Meehelpen met poetsen en opzadelen/afzadelen

- Poetsspullen kunnen benoemen

- Beugels op maat maken en alleen opstijgen

- Simpele figuren rijden in stap en draf

- Lichtrijden beheersen

Blauw

6 - 12

- Zelf pony poetsen en opzadelen/afzadelen

- Zelf opstijgen en wegrijden op commando

- Figuren rijden in stap en draf

- Kunnen galopperen achter een andere pony

- Alle onderdelen van het hoofdstel kennen

Wit

6 - 16

- Alle besproken figuren kunnen rijden

- Zonder beugels kunnen draven

- Controle hebben over je pony

- Alle bakletters op kunnen noemen (op volgorde)

Rood

6 - 16

- Alle onderdelen van zadel en hoofdstel kennen

- Kunnen rijden zonder de pony te storen

- Pony laten galopperen, gezamenlijk

- Belangrijkste lichaamsdelen van pony benoemen

 

Oranje

6 - 16

- Alle voorgaande onderdelen beheersen

- Pony/paard zelfstandig achterwaarts laten gaan

- Hoogte indeling van pony’s kennen

- Exterieur benoemen van een pony/paard

 

 

  

Een beginnende ruiter/amazone krijgt als eerste een longeles om te kijken wat hij/zij allemaal wel/niet kan. Kan hij/zij aan het doel van de kleurcode voldoen, dan komt hij/zij in deze les.

 

Ééns per twee maanden wordt er getoetst op de onderdelen waaraan moet worden voldaan om een certificaat verder te komen. Voldoet één ruiter/amazone aan de eisen, dan gaat hij/zij naar een andere groep, voldoen alle ruiters/amazones aan de eisen, dan blijft de groep bestaan en gaan zij werken aan de eisen van het volgende certificaat.

 

In de lessen wordt gewerkt aan alle eisen die moeten worden voldaan, zo hebben zij een doel om naartoe te werken.

 

Om aan alle eisen te kunnen voldoen wordt er verwacht dat de kinderen op alle geschikte pony’s kunnen rijden.

 

Er wordt begonnen met theorielessen voor alle kinderen, er zijn verschillende soorten theorielessen:

 

- Poetsen en het kennen van alle poetsspullen die gebruikt worden

- Opzadelen en het benoemen van alle onderdelen van zadel en hoofdstel

- Exterieurlessen waarbij alle onderdelen van het paard worden besproken

 

 Roze

Bij het roze certificaat wordt er het volgende van je verwacht:

 

- Zelf de pony waar je op mag rijden naar de rijhal begeleiden, daarbij moet de teugel achter de beugel vandaan gehaald worden, zodat de pony het    hoofd vrij kan bewegen, de teugels moeten vlak onder het bit vastgehouden worden met twee vingers tussen de teugels (wijs -en middelvinger).

- Met hulp op kunnen stijgen aan de goede kant (linkerkant van pony) dwz zélf je voet in de beugel steken en jezelf erop ‘wippen’.

- Zelf je pony voorwaarts kunnen laten gaan d.m.v. drijven met je kuit (niet‘schoppen’).

- Zelf je pony, op commando, kunnen laten halthouden en kunnen sturen met behulp van de teugels.

- Pony in stap en draf op de hoefslag kunnen laten lopen, achter een andere pony of voorop.

- De 5 belangrijkste stalregels kennen:

                   * NIET rennen op het gehele terrein

                   * NIET gillen bij de paarden

                   * Eerst de pony verzorgen en dan pas jezelf

                   * NOOIT een paard/pony vastzetten aan het bit

                   * Paard/pony afzadelen in zijn/haar stal of op de daarvoor aangewezen plekken

-  Zelf op de correcte manier af kunnen stijgen, daarna de beugels ‘opsteken’ en de singel twee gaatjes losser maken.

   wachten met verlaten 

   van de rijbaan tot de instructrice zegt dat het mag.

 

ALTIJD de pony vasthouden wanneer je ermee bezig bent, in de rijhal, wanneer je met de beugels/singel bezig bent, door één arm door de teugel te steken.

 

Wanneer je hieraan voldoet, mag je, na toetsing, door naar het volgende certificaat!

 

 

 

 Groen

 

  Bij het groene certificaat wordt het volgende van je verwacht:

 

- Mee kunnen helpen met het poetsen en opzadelen van je pony vóór de les, daarvoor dien je minimaal een kwartier voor aanvang

  van de les aanwezig  te zijn.

- Alle poetsspullen kunnen benoemen die nodig zijn om een pony goed te poetsen. (Rosborstel, harde borstel, glansborstel,

  manenkam en hoevenkrabber)

- Pony op de juiste manier begeleiden naar de rijhal en ‘deur vrij’ roepen bij het naar binnen gaan wanneer er

  andere paarden binnen zijn, wacht tot het kan en mag!

- Zelf de beugels op maat kunnen maken en zelfstandig kunnen opstappen, eventueel wordt je pony daarbij vastgehouden.

- Simpele figuren rijden eerst in stap en later ook in draf, daarbij moet je minimaal twee keer voorop hebben

  gereden, zodat je zelf  ook weet hoe de figuren gereden horen te worden. (Voltes, van hand veranderen over de 

  diagonaal, gebroken lijn 10 meter, afwenden op lange zijde)

- Lichtrijdenbeheersen, zonder daarbij de pony te storen in zijn/haar beweging.

 

  Wanneer je hieraan voldoet, mag je, na toetsing, door naar het volgende certificaat!

 

 Blauw

 

Bij het blauwe certificaat wordt het volgende van je verwacht:

 

- Zelf je pony kunnen poetsen, opzadelen en afzadelen, dus ook zelf je spullen mee brengen naar de stal

  waar je pony  staat.Hiervoor dien je minimaal een kwartier voor aanvang van de les aanwezig te zijn.

- Zelf beugels op maat kunnen maken, aan kunnen singelen en opstappen, op de manier zoals het je geleerd is.

- Weg kunnen rijden op commando, dus drijven wanneer het gevraagd wordt en zorgen dat je pony de juiste

  reactie geeft, naar voren.

- Figuren kunnen rijden in stap en draf. (alle figuren van groen en de nieuwe figuren: Slangenvolte met 3-en 4 bogen, door een S

  van hand veranderen, gebroken lijn 5 meter en een volte 10 meter)

- Kunnen galopperen achter een andere pony door de pony de juiste hulpen   te geven voor de galop. Pony minimaal twee héle

  rondes over de  hoefslag kunnen laten galopperen.

- Dat je alle onderdelen van het zadel en hoofdstel kent.

 

 

Wanneer je hieraan voldoet, mag je, na toetsing, door naar het volgende certificaat!

Wit

 

 

Bij het witte certificaat wordt het volgende van je verwacht:

 

- Alle figuren kunnen rijden die besproken zijn in de lessen

- Kunnen draven zonder beugels, daarbij de pony niet storen in de mond  door evenwicht te zoeken met de teugels.

- Controle hebben over je pony: het mag dus niet meer gebeuren dat je pony zomaar opeens stil gaat staan, de hoek afsnijdt,

  op het midden gaat staan of tijdens het galopperen uit de galop ‘valt’.

- Je moet alle letters op kunnen noemen die gebruikt worden in de rijhal, op de juiste volgorde.

 

 

 

 

A, F, B, M, C, H, E, K

Alle Friese Boeren Met Centen Hebben Een Koe, (Door X Gemolken)

Dan in het midden de Letter x

De letter D zit op de AC lijn tussen de letter F en K

En de letter G zit op de AC lijn tussen de letter M en H

 

Wanneer je hieraan voldoet, mag je, na toetsing, door naar het volgende certificaat!

Rood

 

Bij het rode certificaat wordt er van je verwacht:

 

- Dat je kunt rijden zonder je pony te storen in zijn/haar bewegingen

- Dat je je pony in de groep kunt laten galopperen en hem/haar achter een  andere pony kunt wegsturen zodat je je eigen lijnen rijdt.

- Dat je alle onderdelen van het zadel kunt benoemen

 

 

 Wanneer je hieraan voldoet, mag je, na toetsing, door naar het volgende certificaat!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Oranje

Bij het oranje certificaat wordt er van je verwacht:

 

- Dat je alle oefeningen uit de voorgaande certificaten beheerst.

- Dat je je pony/paard zelfstandig achterwaarts laat gaan, op de juiste manier.

- Dat je de hoogte indeling kent van pony’s.

                                   Categorie A: stokmaat tot 117 cm
                                   Categorie B: stokmaat van 117 tot 127 cm
                                   Categorie C: stokmaat van 127 tot 137 cm
                                   Categorie D: stokmaat van 137 tot en met 148 cm
                                   Categorie E: stokmaat van 148,1 tot 157 cm

- Dat je het gehele exterieur kunt benoemen van een pony/paard.

 

 

 

 

1. Maantop                   9. Handwortel    17. Elleboog                 25. Staartwortel

2. Neus                         10. Pijp               18. Flanken                  26. Kruis

3. Kingroeve                11. Kroon           19. Knie                        27. Heupen

4. Keel                          12. Hoef              20. Schenkel               28. Lendenen

5. Schouder                 13. Hoefballen    21. Spronggewricht    29. Rug

6. Schoudergewricht   14. Koot              22. Zwilwrat                 30. Schoft

7. Borst                         15. Kogel            23. Hak                        31. Manen

8. Opperarmbeen        16. Griffelbeen   24. Zitbeenknobbel     32. Nek 

                                                                                                         33. Hals

 

Wanneer je ook deze hebt gehaald mag je zeggen dat je verstand van paarden hebt, Gefeliciteerd!

 

 

***************************************************************************

 

 

                                                                            Certificaat rijden voor young riders

 

 

Niveau

Leeftijd

Doelen

*

12-18

- Zelfstandig je paard kunnen poetsen, op-en afzadelen

- Zelfstandig op-en afstijgen, stappen op linkerhand

- Alle bekende figuren kunnen rijden in stap en draf

- Kunnen galopperen in de groep

- Alle onderdelen van zadel en hoofdstel kennen.

**

12-18

- Paard met stelling kunnen laten lopen

- Paard paar pasjes kunnen laten wijken voor het been

- Overgang stap-galop kunnen maken

- Drafbalkjes kunnen lopen in verlichte zit

***

12-18

- In draf over een kruisje kunnen springen

- Kunnen galopperen over balkjes met behoud van controle

- Voor-, midden-en achterhand kunnen benoemen van paard

- Klassen met springen kennen, daarbij de hoogtes

****

12-18

- Een stijltje van 40 cm uit draf kunnen springen

- Paard op de juiste manier nageeflijk kunnen rijden

- Paard met stelling laten galopperen op voltes of

  lange zijde      

- Alle onderdelen van het exterieur van een paard kennen.

*****

12-18

- Een stijltje van 60 cm uit galop aan kunnen rijden

- Paard gedurende de hele les nageeflijk kunnen rijden

- Overgang stap-galop en galop-stap beheersen met

  elk paard

- Paard “van achter naar voren” kunnen rijden

- Paard schouderbinnenwaarts kunnen laten gaan en wijken

******

12-18

- De afstanden tussen de hindernissen in het

  parcours kennen

- Een dressuurwedstrijd niveau L2 met winst rijden

- Een springparcours van min. 60 cm uitrijden

 

 

 

 *

 

Bij het eerste certificaat wordt er van je verwacht dat je:

 

- Zelfstandig je paard kunt poetsen (uiteraard weet je alle poetspullen te benoemen en de juiste manier van gebruik te kennen),

  op- en afzadelen op de juiste manier.

- Zelfstandig op-en af kunnen stijgen, bij het opstijgen dien je zélf je beugels op maat te kunnen maken en de singel

  strak te kunnen maken.

- Alle bekende figuren te kunnen rijden in stap en draf:

                   * Door een S van hand veranderen

                   * Rechte lijn van A naar C rijden

                   * Volte bij de A, C, E of B

                   * Gebroken lijn 2 maal

                   * Slangenvolte met 3 en 4 bogen

                   * Rechts- en linksomkeert van hand veranderen

                   * Voltes 10 meter op X

- Kunnen galopperen in de groep, terwijl alle andere paarden in de groep ook galopperen moet je je eigen paard de kant op kunnen

  sturen die jij wil.

- Ook moet je alle onderdelen van zadel en hoofdstel kunnen benoemen.

 

 

Wanneer je hieraan voldoet, mag je, na toetsing, door naar het volgende certificaat!

 

 

 **

 

Bij het ** certificaat wordt er van je verwacht dat je:

 

- Je paard met stelling naar binnen en buiten kunt laten lopen. (Bij stelling naar ‘binnen’ hoor je het ‘binnenoog’ te kunnen zien.)

- Je paard een paar passen kunt laten wijken voor het linker- en rechterbeen. Na de A of C afwenden en na enkele passen met je

  been naar de hoefslag drukken, paard moet parallel aan de hoefslag lopen.

- De overgang kunt maken van de stap in één keer naar de galop, zonder dat het paard er een paar drafpassen tussendoor maakt.

- Drafbalkjes kunt lopen in verlichte zit, recht op het midden aanrijden en het paard in hetzelfde tempo over de balkjes

  laten lopen zonder het paard daarbij te storen in de beweging.

 

Wanneer je hieraan voldoet, mag je, na toetsing, door naar het volgende certificaat!

 

 

 ***

 

Bij het *** certificaat wordt er van je verwacht dat je:

 

- In draf over een kruisje kunt springen met een drafbalkje ervoor.

- Kunt galopperen over balken die op een bepaalde afstand liggen, daarbij moet je ervoor kunnen zorgen dat je paard niet

  gaat versnellen of vertragen tussen de balken en dat de afstand goed ingeschat wordt.

- De onderdelen van de voorhand, middenhand en achterhand van het paard kunt benoemen.

Voorhand              Middenhand                 Achterhand

* Hoofd                 * Rug                             * Kruis

* Hals                    * Flanken                       * Lendenen

* Schouders         * Borstkas                     * Heupen

* Schoft                                                       * Billen

* Voorbenen                                               * Achterbenen

- De klassen kent bij het springen en dressuur en de daarbij behorende hoogtes voor de pony’s en paarden.

 

Dressuur kent de volgende klassen:

 

B - L1 - L2 - M1 - M2 - Z1 - Z2 - ZZ licht - ZZ zwaar -

Prix St. Georges - Intermediare 1 - Intermediare 2 - Grand Prix

 

Springen kent de volgende klassen en hoogtes:

Klasse

 

Paarden

E pony’s

D pony’s

C pony’s

B pony’s

A pony’s

 

 

 

 

 

 

 

 

B

 

100

90

80

70

60

50

L

 

110

100

90

80

70

60

M

 

120

110

100

90

-

-

Z

 

130

120

110

100

-

-

Zz

 

135

130

120

-

-

-

 

Wanneer je hieraan voldoet, mag je, na toetsing, door naar het volgende certificaat!

 

 

****

 

Bij het **** certificaat wordt van je verwacht dat je:

 

- Je paard over een stijltje van 40 cm kunt sturen vanuit de draf met een drafbalkje ervoor op de grond. Het paard moet daarbij

  hetzelfde tempo blijven lopen en mooi op het midden van de hindernis springen. Ná de hindernis dien je rechtuit te blijven

  rijden om zo de sprong af te kunnenmaken.

- Je paard op de juiste manier nageeflijk ( af te laten buigen naar beneden) te kunnen rijden, door met je been naar je

  hand toe te  rijden.

- Je paard in galop met stelling naar binnen en buiten kunt rijden, daarbij dien je met je benen de juiste hulpen te geven zodat je

  paard niet naar binnen ‘valt’ of  ‘over de buitenschouder wegloopt’.

- Alle onderdelen van het exterieur van het paard kunt benoemen en  aanwijzen.

 

Wanneer je hieraan voldoet, mag je, na toetsing, door naar het volgende certificaat!

 

 

 *****

 

Bij het ***** certificaat wordt er van je veracht dat je:

 

- Een stijlsprong van 60 cm vanuit de galop kunt aanrijden, daarbij je paard onder controle kunt houden en het paard over het

  midden van de hindernis kunt laten springen.

- Je paard gedurende de hele dressuurles nageeflijk kunt rijden op de juiste manier.

- Je paard de overgangen van stap naar galop en van galop naar de stap vloeiend kunt laten maken, zonder daarbij je

  paard te storen in de bewegingen.

- Je paard “van achter naar voren” kunt rijden. Hoe meer been je geeft, hoe    meer druk je op de teugels krijgt, door hier op

  de juiste manier mee om te gaan en veel overgangen/tempowisselingen te rijden gaat je paard zijn achterbenen verder ondertreden

  en wordt hij van voren losser in de hand.

- Je paard schouderbinnenwaarts kunt laten gaan met de juiste hulpen, een paar passen is voldoende wanneer de oefening

  door beiden begrepen wordt, ook dien je je paard te kunnen laten wijken voor de éénzijdige kuit, links en rechts.

 

 

 

Wanneer je hieraan voldoet, mag je, na toetsing, door naar het volgende certificaat!

 

 

******

 

Bij het ****** certificaat wordt er van je verwacht dat je:

 

- De afstanden tussen de hindernissen in een parcours kent voor paarden.

 

Drafbalk tot hindernis                                                    2.20 tot 2.50 m

Dubbelsprong 1 galopsprong na drafbalk                       5.50 tot 6.00 m

Dubbelsprong 2 galopsprongen na drafbalk                    9.00 m

Lijntje 3 galopsprongen na drafbalk                                12.50 tot 13.00 m

Lijntje 4 galopsprongen na drafbalk                                16.00 m

Lijntje 5 galopsprongen na drafbalk                                19.00 m

 

Dubbelsprong vanuit galop 1 galopsprong                      7.00 m

Dubbelsprong vanuit galop 2 galopsprongen                   10.00 tot 10.50 m

Lijntje vanuit galop 3 galopsprongen                               14.00 m

Lijntje vanuit galop 4 galopsprongen                               17.00 tot 17.50 m

Lijntje vanuit galop 5 galopsprongen                               20.50 tot 21.00 m

 

Afstand tussen in/uitjes                                                  3.00 m

 

- Een dressuurwedstrijd, minimaal niveau L2, rijdt en daarbij voldoende punten behaalt voor de rijstijl en het effect van de hulpen.

- Een springwedstrijd rijdt van minimaal 60 cm hoogte en daarbij geen weigeringen hebt.

 

Wanneer je ook hieraan voldoet, mag je zeggen dat je kunt paardrijden, gefeliciteerd!