Certificaat rijden voor junioren
**************************************************************************
|
Nederlands |
English |
|
Een beginnende ruiter/amazone krijgt als eerste een longeles om te kijken wat hij/zij allemaal wel/niet kan. Kan hij/zij aan het doel van de kleurcode voldoen, dan komt hij/zij in deze les. Ééns per twee maanden wordt er getoetst op de onderdelen waaraan moet worden voldaan om een certificaat verder te komen. Voldoet één ruiter/amazone aan de eisen, dan gaat hij/zij naar een andere groep, voldoen alle ruiters/amazones aan de eisen, dan blijft de groep bestaan en gaan zij werken aan de eisen van het volgende certificaat. In de lessen wordt gewerkt aan alle eisen die moeten worden voldaan, zo hebben zij een doel om naartoe te werken. Om aan alle eisen te kunnen voldoen wordt er verwacht dat de kinderen op alle geschikte pony’s kunnen rijden. Er wordt begonnen met theorielessen voor alle kinderen, er zijn verschillende soorten theorielessen: - Poetsen en het kennen van alle poetsspullen die gebruikt worden - Opzadelen en het benoemen van alle onderdelen van zadel en hoofdstel - Exterieurlessen waarbij alle delen van het paard worden besproken |
A beginner rider will be given a lunge-lesson to check his/her abillities; When the rider meets the requirements for a group, he/she will be assigned to the group which matches the riders level.
To advance to the next level, exams have to be passed, which are offered every two months. If the rider meets the requirements for the next level, he/she will advance. If all students in the group meet the requirements, the entire group will advance, and start working on the skills for the next level. During classes we train all the skills needed, so all have a target working on. Children are expected to be able to ride all school horses. All children will start with theoretical classes on the following subjects: - Grooming and grooming equipment; - Saddling and knowing all parts of saddle and bridle; - Knowledge of all the major parts of the horse. |
|
Kleur / Color |
Leeftijd / Age |
Leerstof |
Curriculum |
|
Roze / Pink |
6 - 12 |
- Pony begeleiden - Opstijgen/afstijgen - Pony zelf voorwaarts rijden, halthouden en sturen - Stappen en draven - 5 stalregels kennen - Beugels opsteken en singel losser
|
- Accompany the horse - Mounting and dismounting - Riding the horse forwards, steer and stop - Ride the walk and trot - Knowing the 5 stable rules - Run up stirrups and loosen girth
Download curriculum Certificate Pink
|
|
Groen /Green |
6 - 12 |
- Meehelpen opzadelen/afzadelen en poetsen - Poetsspullen kunnen benoemen - Beugels op maat maken en alleen opstijgen - Simpele figuren rijden in stap en draf - Lichtrijden beheersen
|
- Assist in saddling/removing saddle and grooming - Knowing the names of the grooming equipment - Adjust stirrups and mount ing unassisted - Riding simple figures in walk and trot - Being able to ride rising trot
|
|
Blauw / Blue |
6 - 12 |
- Zelf pony poetsen en opzadelen/afzadelen - Zelf opstijgen en wegrijden op commando - Figuren rijden in stap en draf - Kunnen galopperen achter een andere pony - Alle onderdelen van het hoofdstel kennen
|
- Saddling/removing saddle and grooming without assistance - Mounting and ride on command - Ride figures in walk and trot - Cantering behind another horse - Knowing all parts of the bridle
|
|
Wit / White |
6 - 16 |
- Alle besproken figuren kunnen rijden - Zonder beugels kunnen draven - Controle hebben over je pony - Alle bakletters op kunnen noemen (op volgorde)
|
- Ride all included figures - Trot without stirrups - Control your horse - Knowing all letters in the arena (in order)
|
|
Rood / Red |
6 - 16 |
- Alle onderdelen van zadel en hoofdstel kennen - Kunnen rijden zonder de pony te storen - Pony laten galopperen, gezamenlijk - Belangrijkste lichaamsdelen van pony benoemen
Download Lesstof Certificaat Rood (z.s.m.) |
- Knowing all parts of saddle and bridle - Riding without disturbing the horse - Cantering in a group - Knowing the major body parts of the horse
Download curriculum Certificate Red (a.s.a.p.) |
|
Oranje / Orange |
6 - 16 |
- Alle voorgaande onderdelen beheersen - Pony/paard zelfstandig achterwaarts laten gaan - Hoogte indeling van pony’s kennen - Exterieur benoemen van een pony/paard
Download Lesstof Certificaat Oranje (z.s.m) |
- Knowing all previous requirements - Rein back by yourself - Knowing the measuring types of ponies - Knowing the exterior of the horse
Download curriculum Certificate Orange (a.s.a.p.) |
**************************************************************************
Certificaat rijden voor young riders
|
Niveau / Level |
Leeftijd |
Doelen |
|
* |
12-18 |
- Zelfstandig je paard kunnen poetsen, op-en afzadelen - Zelfstandig op-en afstijgen, stappen op linkerhand - Alle bekende figuren kunnen rijden in stap en draf - Kunnen galopperen in de groep - Alle onderdelen van zadel en hoofdstel kennen. |
|
** |
12-18 |
- Paard met stelling kunnen laten lopen - Paard paar pasjes kunnen laten wijken voor het been - Overgang stap-galop kunnen maken - Drafbalkjes kunnen lopen in verlichte zit |
|
*** |
12-18 |
- In draf over een kruisje kunnen springen - Kunnen galopperen over balkjes met behoud van controle - Voor-, midden-en achterhand kunnen benoemen van paard - Klassen met springen kennen, daarbij de hoogtes |
|
**** |
12-18 |
- Een stijltje van 40 cm uit draf kunnen springen - Paard op de juiste manier nageeflijk kunnen rijden - Paard met stelling laten galopperen op voltes of lange zijde - Alle onderdelen van het exterieur van een paard kennen. |
|
***** |
12-18 |
- Een stijltje van 60 cm uit galop aan kunnen rijden - Paard gedurende de hele les nageeflijk kunnen rijden - Overgang stap-galop en galop-stap beheersen met elk paard - Paard “van achter naar voren” kunnen rijden - Paard schouderbinnenwaarts kunnen laten gaan en wijken |
|
****** |
12-18 |
- De afstanden tussen de hindernissen in het parcours kennen - Een dressuurwedstrijd niveau L2 met winst rijden - Een springparcours van min. 60 cm uitrijden |
Bij het eerste certificaat wordt er van je verwacht dat je:
- Zelfstandig je paard kunt poetsen (uiteraard weet je alle poetspullen te benoemen en de juiste manier van gebruik te kennen),
op- en afzadelen op de juiste manier.
- Zelfstandig op-en af kunnen stijgen, bij het opstijgen dien je zélf je beugels op maat te kunnen maken en de singel
strak te kunnen maken.
- Alle bekende figuren te kunnen rijden in stap en draf:
* Door een S van hand veranderen
* Rechte lijn van A naar C rijden
* Volte bij de A, C, E of B
* Gebroken lijn 2 maal
* Slangenvolte met 3 en 4 bogen
* Rechts- en linksomkeert van hand veranderen
* Voltes 10 meter op X
- Kunnen galopperen in de groep, terwijl alle andere paarden in de groep ook galopperen moet je je eigen paard de kant op kunnen
sturen die jij wil.
- Ook moet je alle onderdelen van zadel en hoofdstel kunnen benoemen.
Wanneer je hieraan voldoet, mag je, na toetsing, door naar het volgende certificaat!
Bij het ** certificaat wordt er van je verwacht dat je:
- Je paard met stelling naar binnen en buiten kunt laten lopen. (Bij stelling naar ‘binnen’ hoor je het ‘binnenoog’ te kunnen zien.)
- Je paard een paar passen kunt laten wijken voor het linker- en rechterbeen. Na de A of C afwenden en na enkele passen met je
been naar de hoefslag drukken, paard moet parallel aan de hoefslag lopen.
- De overgang kunt maken van de stap in één keer naar de galop, zonder dat het paard er een paar drafpassen tussendoor maakt.
- Drafbalkjes kunt lopen in verlichte zit, recht op het midden aanrijden en het paard in hetzelfde tempo over de balkjes
laten lopen zonder het paard daarbij te storen in de beweging.
Wanneer je hieraan voldoet, mag je, na toetsing, door naar het volgende certificaat!
Bij het *** certificaat wordt er van je verwacht dat je:
- In draf over een kruisje kunt springen met een drafbalkje ervoor.
- Kunt galopperen over balken die op een bepaalde afstand liggen, daarbij moet je ervoor kunnen zorgen dat je paard niet
gaat versnellen of vertragen tussen de balken en dat de afstand goed ingeschat wordt.
- De onderdelen van de voorhand, middenhand en achterhand van het paard kunt benoemen.
Voorhand Middenhand Achterhand
* Hoofd * Rug * Kruis
* Hals * Flanken * Lendenen
* Schouders * Borstkas * Heupen
* Schoft * Billen
* Voorbenen * Achterbenen
- De klassen kent bij het springen en dressuur en de daarbij behorende hoogtes voor de pony’s en paarden.
Dressuur kent de volgende klassen:
B - L1 - L2 - M1 - M2 - Z1 - Z2 - ZZ licht - ZZ zwaar -
Prix St. Georges - Intermediare 1 - Intermediare 2 - Grand Prix
Springen kent de volgende klassen en hoogtes:
|
Klasse |
|
Paarden |
E pony’s |
D pony’s |
C pony’s |
B pony’s |
A pony’s |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
B |
|
100 |
90 |
80 |
70 |
60 |
50 |
|
L |
|
110 |
100 |
90 |
80 |
70 |
60 |
|
M |
|
120 |
110 |
100 |
90 |
- |
- |
|
Z |
|
130 |
120 |
110 |
100 |
- |
- |
|
Zz |
|
135 |
130 |
120 |
- |
- |
- |
Wanneer je hieraan voldoet, mag je, na toetsing, door naar het volgende certificaat!
****
Bij het **** certificaat wordt van je verwacht dat je:
- Je paard over een stijltje van 40 cm kunt sturen vanuit de draf met een drafbalkje ervoor op de grond. Het paard moet daarbij
hetzelfde tempo blijven lopen en mooi op het midden van de hindernis springen. Ná de hindernis dien je rechtuit te blijven
rijden om zo de sprong af te kunnenmaken.
- Je paard op de juiste manier nageeflijk ( af te laten buigen naar beneden) te kunnen rijden, door met je been naar je
hand toe te rijden.
- Je paard in galop met stelling naar binnen en buiten kunt rijden, daarbij dien je met je benen de juiste hulpen te geven zodat je
paard niet naar binnen ‘valt’ of ‘over de buitenschouder wegloopt’.
- Alle onderdelen van het exterieur van het paard kunt benoemen en aanwijzen.
Wanneer je hieraan voldoet, mag je, na toetsing, door naar het volgende certificaat!
Bij het ***** certificaat wordt er van je veracht dat je:
- Een stijlsprong van 60 cm vanuit de galop kunt aanrijden, daarbij je paard onder controle kunt houden en het paard over het
midden van de hindernis kunt laten springen.
- Je paard gedurende de hele dressuurles nageeflijk kunt rijden op de juiste manier.
- Je paard de overgangen van stap naar galop en van galop naar de stap vloeiend kunt laten maken, zonder daarbij je
paard te storen in de bewegingen.
- Je paard “van achter naar voren” kunt rijden. Hoe meer been je geeft, hoe meer druk je op de teugels krijgt, door hier op
de juiste manier mee om te gaan en veel overgangen/tempowisselingen te rijden gaat je paard zijn achterbenen verder ondertreden
en wordt hij van voren losser in de hand.
- Je paard schouderbinnenwaarts kunt laten gaan met de juiste hulpen, een paar passen is voldoende wanneer de oefening
door beiden begrepen wordt, ook dien je je paard te kunnen laten wijken voor de éénzijdige kuit, links en rechts.
Wanneer je hieraan voldoet, mag je, na toetsing, door naar het volgende certificaat!
******
Bij het ****** certificaat wordt er van je verwacht dat je:
- De afstanden tussen de hindernissen in een parcours kent voor paarden.
Drafbalk tot hindernis 2.20 tot 2.50 m
Dubbelsprong 1 galopsprong na drafbalk 5.50 tot 6.00 m
Dubbelsprong 2 galopsprongen na drafbalk 9.00 m
Lijntje 3 galopsprongen na drafbalk 12.50 tot 13.00 m
Lijntje 4 galopsprongen na drafbalk 16.00 m
Lijntje 5 galopsprongen na drafbalk 19.00 m
Dubbelsprong vanuit galop 1 galopsprong 7.00 m
Dubbelsprong vanuit galop 2 galopsprongen 10.00 tot 10.50 m
Lijntje vanuit galop 3 galopsprongen 14.00 m
Lijntje vanuit galop 4 galopsprongen 17.00 tot 17.50 m
Lijntje vanuit galop 5 galopsprongen 20.50 tot 21.00 m
Afstand tussen in/uitjes 3.00 m
- Een dressuurwedstrijd, minimaal niveau L2, rijdt en daarbij voldoende punten behaalt voor de rijstijl en het effect van de hulpen.
- Een springwedstrijd rijdt van minimaal 60 cm hoogte en daarbij geen weigeringen hebt.
Wanneer je ook hieraan voldoet, mag je zeggen dat je kunt paardrijden, gefeliciteerd!