Certificaat rijden voor junioren
**************************************************************************
|
- Alle voorgaande onderdelen beheersen - Pony/paard zelfstandig achterwaarts laten gaan - Hoogte indeling van pony’s kennen |
Er wordt begonnen met theorielessen voor alle kinderen, er zijn verschillende soorten theorielessen:
- Poetsen en het kennen van alle poetsspullen die gebruikt worden
- Opzadelen en het benoemen van alle onderdelen van zadel en hoofdstel
- Exterieurlessen waarbij alle onderdelen van het paard worden besproken
Bij het roze certificaat wordt er het volgende van je verwacht:
- Zelf je pony voorwaarts kunnen laten gaan d.m.v. drijven met je kuit (niet‘schoppen’).
- Zelf je pony, op commando, kunnen laten halthouden en kunnen sturen met behulp van de teugels.
- Pony in stap en draf op de hoefslag kunnen laten lopen, achter een andere pony of voorop.
- De 5 belangrijkste stalregels kennen:
* NIET rennen op het gehele terrein
* Eerst de pony verzorgen en dan pas jezelf
* NOOIT een paard/pony vastzetten aan het bit
* Paard/pony afzadelen in zijn/haar stal of op de daarvoor aangewezen plekken
wachten met verlaten
van de rijbaan tot de instructrice zegt dat het mag.
Wanneer je hieraan voldoet, mag je, na toetsing, door naar het volgende certificaat!
Bij het groene certificaat wordt het volgende van je verwacht:
andere paarden binnen zijn, wacht tot het kan en mag!
gereden, zodat je zelf ook weet hoe de figuren gereden horen te worden. (Voltes, van hand veranderen over de
diagonaal, gebroken lijn 10 meter, afwenden op lange zijde)
- Lichtrijdenbeheersen, zonder daarbij de pony te storen in zijn/haar beweging.
Wanneer je hieraan voldoet, mag je, na toetsing, door naar het volgende certificaat!
Bij het blauwe certificaat wordt het volgende van je verwacht:
waar je pony staat.Hiervoor dien je minimaal een kwartier voor aanvang van de les aanwezig te zijn.
reactie geeft, naar voren.
van hand veranderen, gebroken lijn 5 meter en een volte 10 meter)
rondes over de hoefslag kunnen laten galopperen.
- Dat je alle onderdelen van het zadel en hoofdstel kent.
Wanneer je hieraan voldoet, mag je, na toetsing, door naar het volgende certificaat!
Bij het witte certificaat wordt het volgende van je verwacht:
- Alle figuren kunnen rijden die besproken zijn in de lessen
op het midden gaat staan of tijdens het galopperen uit de galop ‘valt’.
- Je moet alle letters op kunnen noemen die gebruikt worden in de rijhal, op de juiste volgorde.
Alle Friese Boeren Met Centen Hebben Een Koe, (Door X Gemolken)
De letter D zit op de AC lijn tussen de letter F en K
En de letter G zit op de AC lijn tussen de letter M en H
Wanneer je hieraan voldoet, mag je, na toetsing, door naar het volgende certificaat!
Bij het rode certificaat wordt er van je verwacht:
- Dat je kunt rijden zonder je pony te storen in zijn/haar bewegingen
- Dat je alle onderdelen van het zadel kunt benoemen
Bij het oranje certificaat wordt er van je verwacht:
- Dat je alle oefeningen uit de voorgaande certificaten beheerst.
- Dat je je pony/paard zelfstandig achterwaarts laat gaan, op de juiste manier.
- Dat je de hoogte indeling kent van pony’s.
- Dat je het gehele exterieur kunt benoemen van een pony/paard.
1. Maantop 9. Handwortel 17. Elleboog 25. Staartwortel
2. Neus 10. Pijp 18. Flanken 26. Kruis
3. Kingroeve 11. Kroon 19. Knie 27. Heupen
4. Keel 12. Hoef 20. Schenkel 28. Lendenen
5. Schouder 13. Hoefballen 21. Spronggewricht 29. Rug
6. Schoudergewricht 14. Koot 22. Zwilwrat 30. Schoft
7. Borst 15. Kogel 23. Hak 31. Manen
8. Opperarmbeen 16. Griffelbeen 24. Zitbeenknobbel 32. Nek
33. Hals
Wanneer je ook deze hebt gehaald mag je zeggen dat je verstand van paarden hebt, Gefeliciteerd!
***************************************************************************
Certificaat rijden voor young riders
|
Niveau |
Leeftijd |
Doelen |
|
* |
12-18 |
- Zelfstandig je paard kunnen poetsen, op-en afzadelen - Zelfstandig op-en afstijgen, stappen op linkerhand - Alle bekende figuren kunnen rijden in stap en draf - Kunnen galopperen in de groep - Alle onderdelen van zadel en hoofdstel kennen. |
|
** |
12-18 |
- Paard met stelling kunnen laten lopen - Paard paar pasjes kunnen laten wijken voor het been - Overgang stap-galop kunnen maken - Drafbalkjes kunnen lopen in verlichte zit |
|
*** |
12-18 |
- In draf over een kruisje kunnen springen - Kunnen galopperen over balkjes met behoud van controle - Voor-, midden-en achterhand kunnen benoemen van paard - Klassen met springen kennen, daarbij de hoogtes |
|
**** |
12-18 |
- Een stijltje van 40 cm uit draf kunnen springen - Paard op de juiste manier nageeflijk kunnen rijden - Paard met stelling laten galopperen op voltes of lange zijde - Alle onderdelen van het exterieur van een paard kennen. |
|
***** |
12-18 |
- Een stijltje van 60 cm uit galop aan kunnen rijden - Paard gedurende de hele les nageeflijk kunnen rijden - Overgang stap-galop en galop-stap beheersen met elk paard - Paard “van achter naar voren” kunnen rijden - Paard schouderbinnenwaarts kunnen laten gaan en wijken |
|
****** |
12-18 |
- De afstanden tussen de hindernissen in het parcours kennen - Een dressuurwedstrijd niveau L2 met winst rijden - Een springparcours van min. 60 cm uitrijden |
Bij het eerste certificaat wordt er van je verwacht dat je:
- Zelfstandig je paard kunt poetsen (uiteraard weet je alle poetspullen te benoemen en de juiste manier van gebruik te kennen),
op- en afzadelen op de juiste manier.
- Zelfstandig op-en af kunnen stijgen, bij het opstijgen dien je zélf je beugels op maat te kunnen maken en de singel
strak te kunnen maken.
- Alle bekende figuren te kunnen rijden in stap en draf:
* Door een S van hand veranderen
* Rechte lijn van A naar C rijden
* Volte bij de A, C, E of B
* Gebroken lijn 2 maal
* Slangenvolte met 3 en 4 bogen
* Rechts- en linksomkeert van hand veranderen
* Voltes 10 meter op X
- Kunnen galopperen in de groep, terwijl alle andere paarden in de groep ook galopperen moet je je eigen paard de kant op kunnen
sturen die jij wil.
- Ook moet je alle onderdelen van zadel en hoofdstel kunnen benoemen.
Wanneer je hieraan voldoet, mag je, na toetsing, door naar het volgende certificaat!
Bij het ** certificaat wordt er van je verwacht dat je:
- Je paard met stelling naar binnen en buiten kunt laten lopen. (Bij stelling naar ‘binnen’ hoor je het ‘binnenoog’ te kunnen zien.)
- Je paard een paar passen kunt laten wijken voor het linker- en rechterbeen. Na de A of C afwenden en na enkele passen met je
been naar de hoefslag drukken, paard moet parallel aan de hoefslag lopen.
- De overgang kunt maken van de stap in één keer naar de galop, zonder dat het paard er een paar drafpassen tussendoor maakt.
- Drafbalkjes kunt lopen in verlichte zit, recht op het midden aanrijden en het paard in hetzelfde tempo over de balkjes
laten lopen zonder het paard daarbij te storen in de beweging.
Wanneer je hieraan voldoet, mag je, na toetsing, door naar het volgende certificaat!
Bij het *** certificaat wordt er van je verwacht dat je:
- In draf over een kruisje kunt springen met een drafbalkje ervoor.
- Kunt galopperen over balken die op een bepaalde afstand liggen, daarbij moet je ervoor kunnen zorgen dat je paard niet
gaat versnellen of vertragen tussen de balken en dat de afstand goed ingeschat wordt.
- De onderdelen van de voorhand, middenhand en achterhand van het paard kunt benoemen.
Voorhand Middenhand Achterhand
* Hoofd * Rug * Kruis
* Hals * Flanken * Lendenen
* Schouders * Borstkas * Heupen
* Schoft * Billen
* Voorbenen * Achterbenen
- De klassen kent bij het springen en dressuur en de daarbij behorende hoogtes voor de pony’s en paarden.
Dressuur kent de volgende klassen:
B - L1 - L2 - M1 - M2 - Z1 - Z2 - ZZ licht - ZZ zwaar -
Prix St. Georges - Intermediare 1 - Intermediare 2 - Grand Prix
Springen kent de volgende klassen en hoogtes:
|
Klasse |
|
Paarden |
E pony’s |
D pony’s |
C pony’s |
B pony’s |
A pony’s |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
B |
|
100 |
90 |
80 |
70 |
60 |
50 |
|
L |
|
110 |
100 |
90 |
80 |
70 |
60 |
|
M |
|
120 |
110 |
100 |
90 |
- |
- |
|
Z |
|
130 |
120 |
110 |
100 |
- |
- |
|
Zz |
|
135 |
130 |
120 |
- |
- |
- |
Wanneer je hieraan voldoet, mag je, na toetsing, door naar het volgende certificaat!
****
Bij het **** certificaat wordt van je verwacht dat je:
- Je paard over een stijltje van 40 cm kunt sturen vanuit de draf met een drafbalkje ervoor op de grond. Het paard moet daarbij
hetzelfde tempo blijven lopen en mooi op het midden van de hindernis springen. Ná de hindernis dien je rechtuit te blijven
rijden om zo de sprong af te kunnenmaken.
- Je paard op de juiste manier nageeflijk ( af te laten buigen naar beneden) te kunnen rijden, door met je been naar je
hand toe te rijden.
- Je paard in galop met stelling naar binnen en buiten kunt rijden, daarbij dien je met je benen de juiste hulpen te geven zodat je
paard niet naar binnen ‘valt’ of ‘over de buitenschouder wegloopt’.
- Alle onderdelen van het exterieur van het paard kunt benoemen en aanwijzen.
Wanneer je hieraan voldoet, mag je, na toetsing, door naar het volgende certificaat!
Bij het ***** certificaat wordt er van je veracht dat je:
- Een stijlsprong van 60 cm vanuit de galop kunt aanrijden, daarbij je paard onder controle kunt houden en het paard over het
midden van de hindernis kunt laten springen.
- Je paard gedurende de hele dressuurles nageeflijk kunt rijden op de juiste manier.
- Je paard de overgangen van stap naar galop en van galop naar de stap vloeiend kunt laten maken, zonder daarbij je
paard te storen in de bewegingen.
- Je paard “van achter naar voren” kunt rijden. Hoe meer been je geeft, hoe meer druk je op de teugels krijgt, door hier op
de juiste manier mee om te gaan en veel overgangen/tempowisselingen te rijden gaat je paard zijn achterbenen verder ondertreden
en wordt hij van voren losser in de hand.
- Je paard schouderbinnenwaarts kunt laten gaan met de juiste hulpen, een paar passen is voldoende wanneer de oefening
door beiden begrepen wordt, ook dien je je paard te kunnen laten wijken voor de éénzijdige kuit, links en rechts.
Wanneer je hieraan voldoet, mag je, na toetsing, door naar het volgende certificaat!
******
Bij het ****** certificaat wordt er van je verwacht dat je:
- De afstanden tussen de hindernissen in een parcours kent voor paarden.
Drafbalk tot hindernis 2.20 tot 2.50 m
Dubbelsprong 1 galopsprong na drafbalk 5.50 tot 6.00 m
Dubbelsprong 2 galopsprongen na drafbalk 9.00 m
Lijntje 3 galopsprongen na drafbalk 12.50 tot 13.00 m
Lijntje 4 galopsprongen na drafbalk 16.00 m
Lijntje 5 galopsprongen na drafbalk 19.00 m
Dubbelsprong vanuit galop 1 galopsprong 7.00 m
Dubbelsprong vanuit galop 2 galopsprongen 10.00 tot 10.50 m
Lijntje vanuit galop 3 galopsprongen 14.00 m
Lijntje vanuit galop 4 galopsprongen 17.00 tot 17.50 m
Lijntje vanuit galop 5 galopsprongen 20.50 tot 21.00 m
Afstand tussen in/uitjes 3.00 m
- Een dressuurwedstrijd, minimaal niveau L2, rijdt en daarbij voldoende punten behaalt voor de rijstijl en het effect van de hulpen.
- Een springwedstrijd rijdt van minimaal 60 cm hoogte en daarbij geen weigeringen hebt.
Wanneer je ook hieraan voldoet, mag je zeggen dat je kunt paardrijden, gefeliciteerd!